Tweede kamer stelt vragen over Bijzonder Beheer Banken

Afgelopen week heeft Tweede Kamerlid Eddy van Hijum aan minister Dijsselbloem vragen gesteld over de werkwijze van de Bijzonder Beheerafdelingen van banken. Van Hijum is al langer een pleitbezorger voor het opfrissen van de financiële sector, is nauw betrokken bij de Kredietunie-initiatieven en heeft eerder aan de minister gevraagd om een onderzoek naar, door de banken aan het MKB, verkochte derivatenposities.

De vragenlijst sluit goed aan bij het recente bezoek van TYBALT aan de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) met als doel om te praten over een groot aantal schrijnende Bijzonder Beheer-casussen en over het ontbreken van beleid met betrekking tot Bijzonder Beheer in het algemeen. Het oor bij de NVB was gewillig en afgesproken is periodiek bij te praten en informatie te delen. De NVB heeft een aparte overleggroep zakelijke dienstverlening ingesteld, met daarin alle concerndirecteuren van de verschillende banken. De verschillende directeuren hebben zich bereid verklaard een second opinion te willen geven bij ernstige casussen. Een kleine stap voor de mensheid, maar een grote in de quest om excessen bij Bijzonder Beheer meer aandacht te geven.

In de discussie met de NVB over Bijzonder Beheer valt op dat het risico op de loer ligt om individuele gevallen af te doen als casualties of war, een logisch gevolg van het kapitalistische stelsel en de wereldwijde nieuwe banknormeringen. Niks is echter minder waar. Excessen die op dit moment naar buiten komen zijn het topje van de ijsberg en de bijzonder beheerpraktijk kenmerkt zich door powerplay, machtsmisbruik en individueel narcistisch gedrag. Ondanks de pogingen van de AFM en de NVB is er op dit moment geen gremium waar klachten van zakelijke bancaire klanten goed worden geregistreerd en worden vertaald naar beleidsmakers.

Het is verleidelijk om de vragen van Van Hijum met een dosis aan casuïstiek als ondergrond zelf te gaan beantwoorden. Interessanter is echter om te kijken welke antwoorden de minister geeft. Een mooie retoriek waarmee de vragensteller het bos in wordt gestuurd? Of echt goed huiswerk en vooraf een rondje langs de velden?

Onderstaand de vragen vanuit de kamer aan de minister. Het antwoord delen wij graag met u in een volgende blog.

Folkert Fennema

Reageren? 


Vragen van het lid Van Hijum (CDA) aan de minister van Financiën over de werkwijze van afdelingen bijzonder beheer van banken:

1. Hebt u kennis genomen van het artikel “licht ook in Nederland afdelingen bijzonder beheer door” (FD, 18 december 2013)?

2. Kent u de conclusies van het rapport-Tomlinson in het Verenigd Koninkrijk, waaruit blijkt dat afdelingen bijzonder beheer van banken de bedrijvenportefeuille “opschonen” door niet zelden ook gezonde bedrijven naar het rand van faillissement te duwen?

3. In hoeverre acht u de uitkomsten van het onderzoek in de VK representatief voor de situatie bij de Nederlandse afdelingen bijzonder beheer? Deelt u de conclusie uit het hiervoor genoemde artikel dat ook in Nederland deze afdelingen zich niet zelden “wanstaltig, manipulatief en samenzweerderig” gedragen?

4. Kunt u een overzicht geven van het aantal Nederlandse MKB-bedrijven dat door de banken onder bijzonder beheer is gesteld? Kan dit worden uitgesplitst per bank?

5. Bent u er van op de hoogte dat bedrijven, als zij door de bank onder bijzonder beheer worden gesteld, te maken kunnen krijgen met onder meer een hogere rente, verplichtingen om extra af te lossen, hoge kosten voor accountantsrapporten of hertaxaties, executieverkoop en/of het stilleggen van de rekening? Op welke wijze is de proportionaliteit van het ingrijpen door de bank gewaarborgd? Bent u van mening dat de werkwijze van de afdelingen bijzonder beheer van de Nederlandse banken voldoende transparant is en de toets der kritiek kan doorstaan?

6. Kunt u een overzicht geven van de klachten die de AFM in de afgelopen periode van ondernemers heeft ontvangen over de werkwijze van afdelingen bijzonder beheer? In hoeverre heeft de AFM op basis van deze klachten actie ondernomen richting de banken en met welk resultaat?

7. In hoeverre is het gedrag van afdelingen bijzonder beheer bij in de afgelopen periode bij u onder de aandacht gebracht door organisaties voor het midden- en kleinbedrijf, zoals MKB-Nederland en ONL? Wat hebt u met deze signalen gedaan? Bent u bereid om bij deze organisaties na te gaan of er reden is tot zorg over bijzonder beheer en de Kamer over de uitkomst te informeren?

8. Ziet u aanleiding om ook in Nederland een commissie in te stellen om de werkwijze van de afdelingen bijzonder beheer door te lichten? Zo nee, waarom niet?

9. In hoeverre geeft de huidige wetgeving (artikel 2 van de algemene bankvoorwaarden en art. 4:24a Wft) de toezichthouder een handvat om in te grijpen bij evidente misstanden? In hoeverre kan ook een MKB’er op grond van de wet ook als consument worden beschouwd, indien de bank een hypotheek op de woning heeft of er sprake is van persoonlijke borgstelling?

10. Heeft de regering zich inmiddels een oordeel gevormd over de suggestie om de algemene zorgplicht voor banken uit te breiden naar kleine ondernemers? Heeft hierover – zoals eerder toegezegd – inmiddels overleg plaatsgevonden met de organisaties voor het midden- en kleinbedrijf? En hoe staat u tegenover de suggestie om de toegang tot klachteninstituut Kifid uit te breiden naar zzp’ers en het MKB?

ALLE BLOGS