Erst kommt das Fressen, dan kommt die Moral

Afgelopen weken ben ik in de vorm van crediteur en koper van activa betrokken geweest bij een aantal faillissementen. Een omstandigheid die veelal gepaard gaat met teleurstelling, verdriet, verwarring en soms nieuwe hoop. Ook een omstandigheid die het risico in zich heeft om het slechtste in de mens naar boven te halen. 

De afweging enerzijds tussen het creëren van vertrouwen in en tussen contractspartijen en de mogelijkheid anderzijds om een mislukking af te sluiten en er niet levenslang aan vast te zitten, blijkt in de praktijk een moeilijke.  

Met een van de curatoren ontstond een boeiende discussie: “Wanneer doe je het goed in een faillissement?”. Stellig antwoord van de curator: nooit. Er zijn altijd personen/bedrijven die gedupeerd worden. Maar er is toch faillissementsrecht? Tuurlijk. Sommige voorbeelden zijn evident: nog snel even wat geld er uit trekken als je weet dat je zaak failliet gaat, de ene crediteur die je aan het hart gaat nog wel betalen, bestellingen doen waarvan je weet dat je ze niet meer zult kunnen betalen. 

Maar waar ligt het onderscheid tussen strategisch handelen versus paulianeus handelen. U zet alvast een BV op om een andere failliet te laten gaan, u brengt uw machines in een andere BV in en leent ze uit, u gaat inkopen via een aparte BV. Soms zijn er rechtsgeldige handelingen die de schijn tegen kunnen hebben, zeker als crediteuren zich er van bewust zouden zijn. Weest u gerust, de bank doet zijn huiswerk wel, verbindt diverse BV’s aan elkaar, stelt privé borgen in, maar voor leveranciers gaat dit onderzoek te ver. 

Wist u dat in ruim de helft van alle faillissementen sprake is van een of meer (mogelijke) dubieuze handelingen en dat de curator vrijwel nooit kiest voor aangifte? Vaak is het teveel gedoe, ligt de bewijslast moeilijk, is de kost wellicht hoger dan de baat en oh ja: de curator wordt betaald uit de boedel. Waarschijnlijk ligt de grens bij u, wanneer u het eigenlijk wel weet. Maar... zolang moraliteit iets persoonlijks is, blijft er een schemergebied.
Brecht had het scherp gezien in de Dreigroschenoper in 1928. Wellicht ook iets voor het Occupy theater? 

Folkert Fennema

Reageren?

ALLE BLOGS