Een doorstart lijkt mooier dan het is

Regelmatig word ik aangesproken door ondernemers die denken dat een faillissement en een doorstart een ideale oplossing is. Eenvoudig zonder vakbonden en UWV het personeelsbestand aanpassen aan de nieuwe realiteit. Het juk van de bank afgeschud, drammende crediteuren aan de kant en met frisse moed weer aan de slag met waar het eigenlijk over gaat: ondernemen in het vakgebied waar je goed in bent. De media werkt dikwijls mee aan deze beeldvorming. "Bedrijf failliet en direct doorgestart" of "...aan een doorstart wordt gewerkt". 

De werkelijkheid is echter een hele andere. Bij een faillissement en een mogelijk daarop volgende doorstart komt heel veel kijken. Neem bijvoorbeeld de bank. In veel gevallen zijn bij de kredietverstrekking diverse BV’s met elkaar verbonden en is er ook een privé-borgstelling afgesproken. Dat laatste is in ieder geval van toepassing als een krediet met een zogenaamde staatsgarantie is verstrekt. De meeste bedrijven die willen doorstarten na een faillissement moeten derhalve een afspraak maken met de bank. En een ongeschreven regel bij banken is dat er bij een doorstart niet op de financieringen wordt afgeschreven. Mocht u derhalve een doorstart zijn gegund, dan moet u alle leningen meenemen in de doorstart. Dan zegt u: “Maar dan ga ik toch gewoon naar een andere bank?”. Daar komt de tweede ongeschreven regel om de hoek. Geen bank gaat een doorstart financieren en al helemaal niet als de vorige bank een veer in zijn financieringen heeft moeten laten. Daar komt bij dat, als u wilt doorstarten, u ook over nieuw werkkapitaal moet beschikken. Per saldo betekent dit dat bij een doorstart met vermindering van financiering, u het niet van de bank moet hebben. U moet het kapitaal zelf inbrengen of bij een niet bancaire partij ophalen. Het eerste blijkt in de praktijk vaak niet mogelijk en het tweede is geen sinecure. 

Bij een doorstart bent u sterk afhankelijk van uw klant (de debiteuren) en van uw leveranciers (de crediteuren). Klanten zijn veelal huiverig en willen niet met een failliete/doorgestarte partij worden geassocieerd. Hier kunt u niet tegen praten, alleen de tijd heelt dergelijke wonden. U zult zich opnieuw moeten bewijzen en de praktijk leert dat een jaar in zo’n geval niets is. Ook de crediteuren zijn argwanend. Betalingstermijnen worden ingekort of u moet vooruit betalen. Belangrijke crediteuren willen regelmatig ook nog een deal sluiten over de schulden in de oude entiteiten. Kredietverzekeraars spelen hier vaak een hele bedenkelijke rol. 

En vergeet u niet de curator. Zelfs als u alles goed heeft geregeld, houdt de curator u behoorlijk bezig en bezorgt u soms zelfs slapeloze nachten. Iedere week weer nieuwe vragen en de angst of het allemaal wel goed komt. Dit kan u behoorlijk afhouden van de energie die u zo broodnodig heeft om uw zaak een nieuwe start te geven. 

Zorgt u ervoor dat u uw zaken goed voor elkaar heeft. Een goede organisatiestructuur waarbij u risicovolle activiteiten in separate BV’s heeft ondergebracht. Afspraken met de bank dat niet alle entiteiten aan elkaar zijn gekoppeld. Kijk ook goed welke entiteiten als fiscale eenheid met elkaar zijn verbonden. In de praktijk betekent het vaak dat, als u het niet redt en toch door wilt, u een strategische investeringspartner moet zoeken. Soms een partner die alleen geld inbrengt, maar meestal is een partner die u ook op andere fronten waarde brengt een betere keus. En als u dan moet delen geldt nog altijd: een deel van veel is beter dan alles van niks. 

Folkert Fennema

Reageren?